Een zieke gezondheidszorg is op zoek naar een goede arts.

Vanuit onder meer de universiteiten en artsengroeperingen in Vlaanderen komen meer en meer tegenstrijdige signalen over het teveel of tekort aan artsen. Nu al komt een stijgende nervositeit in de sector aan de oppervlakte en dit terwijl 2004 nog zo ver lijkt. In 2004 zullen namelijk slechts 700 artsen in België nog mogen beginnen praktiseren met een RIZIV-erkenning (zodat de patiënt terugbetaling krijgt).


In 2004 laat de contingentering zich voor het eerst in België voelen. Volgens de traditionele 60/40-verdeling wordt het aantal artsen in België beperkt. Omdat Vlaanderen dit een sociaal onverantwoorde maatregel vond - mensen eerst zeven jaar laten studeren en ze dan hun beroep niet te laten uitoefenen -, voerde het een aantal jaar geleden een toegangsexamen in. Het gevolg is inderdaad dat de plethora - het teveel aan artsen - in Vlaanderen grotendeels is beheerst.


In Wallonië liet men echter de zaken op zijn beloop. Men zou in Wallonië wel zien wie na drie jaar verder mocht studeren. Het gevolg is dat het probleem in Wallonië allesbehalve wordt beheerst.


De rectoren van de Vlaamse universiteiten zien dat nu ook voor het eerst in. De VLIR heeft vragen bij de parameters die het contingent (700 artsen in 2004, 650 in 2005, 600 in 2006) bepaalden.


Herhaaldelijke vragen aan het adres van de ministers Aelvoet en Vandenbroucke bleven onbeantwoord. De visie van de rectoren wordt trouwens gestaafd door de studie uitgevoerd door prof. Jan de Maeseneer (huisartsgeneeskunde, RUG). Op basis van een tweede onderzoek - het eerste dateert van 1999 - besluit hij dat er zich vanaf 2009 al problemen kunnen voordoen, meer bepaald met betrekking tot het aantal actieve huisartsen. Er dreigt een tekort. Het blijkt dus dat de rigide structuur waarin de contingentering zich situeert in de nabije toekomst, nefast zal zijn voor de toekomst van de eerste lijn.


De Maeseneer stelt dat er op geen enkele manier rekening is gehouden met de vervrouwelijking van het beroep. Meer en meer afgestudeerden kiezen ervoor naar Nederland te trekken. Jonge artsen willen voor geen geld ter wereld nog een huisartsenpraktijk starten. Vijftigers haken vroegtijdig af. Met andere woorden, men hield geen rekening met de huidige en de toekomstige situatie.


Daarenboven stipt de VLIR aan dat Vlaanderen qua aantal artsen het Europees gemiddelde benadert. Enkel indien men het Belgische gemiddelde neemt kan men spreken van een plethora. In de huidige situatie zijn er 6.984 specialisten voor 6 miljoen Vlamingen en 8.199 voor 4 miljoen Franstaligen. Het lijkt dan ook meer dan logisch dat de huidige 60/40-verhouding alleen maar Vlaanderen benadeelt. Aan de andere kant moet men er zich bewust van zijn dat de contingentering ook het aantal specialisten in opleiding - de zogenaamde assistenten - drastisch zal beperken. Onmiskenbaar betekent de vervanging van deze goedkope werkkrachten een flinke hap uit het universitair ziekenhuisbudget. Is het daarom dat we bij de VLIR voor het eerst zo een expliciete Vlaamse reflex constateren?


Komt daar nog bij dat deze Franstalige plethora, een Franstalige overconsumptie in de gezondheidszorg impliceert. Vlaanderen betaalt en daarbovenop zit Vlaanderen straks met een onderbemande gezondheidszorg. Daarom stonden ook de pediaters onlangs aan de klaagmuur: ze zijn met te weinig en verdienen niet naar behoren.


Terwijl er in Vlaanderen een algemene consensus heerst omtrent de implementatie van de echelonnering, het Globaal Medisch Dossier, samenwerkingsverbanden, het modulaire forfaitair systeem met ruimte voor taakgerichte honorering in de eerste lijn en de opwaardering van de intellectuele prestaties, vraagt men in Franstalig België alleen maar meer geld (cf. Franstalige Staten Generaal Huisartsgeneeskunde). Het zoveelste bewijs dat de visie omtrent gezondheidszorg in Vlaanderen en Wallonië grondig van elkaar verschilt.


Men kan zich terecht afvragen hoe lang de Vlaamse artsen in dit verziekt systeem nog willen werken. De artsen in de politiek hebben hier een verantwoordelijkheid, los van het partijdictaat. Nog meer dan bij de legalisering van euthanasie, moeten artsen in het parlement zich niet onthouden, maar initiatief nemen.


Louis IDE


De auteur is arts en lid van de partijraad van de N-VA


 

Datum Verschijning: 26/07/2002
Bron: De Tijd