Waarom ik voor de wet euthanasie heb gestemd

Ik heb niet de intentie in deze column het debat aan te gaan. Ik heb niet de intentie iemand te overtuigen, laat staan te oordelen over het stemgedrag van andere collega’s politici. Ik heb ook begrip voor mensen die tegen deze wet zijn, ik respecteer hun visie. Ik vraag hen hetzelfde te doen. Ik maak een keuze die niet op één twee drie is genomen. Vandaar dat deze column enkel een duiding is, een verantwoording is en geen aanzet tot debat. In mijn partij geldt de ethische vrijheid en in die zin was ik ook dan ook vrij om mijn eigen keuze te maken. Ikzelf steun deze wet.

 

Ik ben sinds 2007 verkozen en kon in die tijd alleen maar vaststellen dat de wetgeving juridisch gemonopoliseerd is. Op het eerste gezicht lijkt dit evident: wetten zijn toch juridisch en vice versa? Welnu het juridische is m.i. ondergeschikt aan de wet. Het juridische moet de wet ondersteunen maar niet de inhoud ervan bepalen. Maar helaas gebeurt dit vandaag de dag nog te weinig. Dit is ook het geval wanneer het om euthanasie gaat.


Als arts kon en kan ik me niet verzoenen met een arbitraire, abstracte leeftijdsgrens die de 18 jaar is. Een kalenderleeftijd is voor mij een abstract begrip en het staat los van de realiteit, maar het is een criterium dat juristen graag gebruiken. Ziedaar hoe een juridische invalshoek de inhoud van een wet bepaalt, zonder dat ze daarmee enigszins meer beantwoordt aan de maatschappelijke relevantie. Met deze nieuwe wet beantwoordt de nieuwe euthanasiewet meer aan de maatschappelijke realiteit. Deze wet is niet spectaculair zoals sommigen laten uitschijnen, de grote termen (zeker in de internationale media) worden niet geschuwd. Wie in alle eerlijkheid deze wet bekijkt, stelt vast dat het gaat om een aanpassing van de vorige euthanasiewet, zodat deze beantwoordt aan een betere maatschappelijke realiteit. Er is dan ook geen sprake van het zogenaamd hellend vlak. Was dat zo, dan was men veel verder gegaan maar nu is psychisch lijden uitgesloten, doorverwijsplicht idem dito, euthanasie bij dementerenden is niet aan de orde (omdat er geen wetenschappelijk voldoende onderbouwde criteria zijn). Het uitstekend werk van mijn collega arts en senator Elke Sleurs is hiervan de oorzaak. Toch is deze aanpassing niet onbelangrijk omdat we ook komaf maken met een juridische zienswijze op ethische zaken en dit ten voordele van de invalshoek die artsen (in de politiek) hebben op ethische zaken.


Het is immers bizar dat men bij ethische dossiers met een kalenderleeftijd werkt, terwijl het nog maar net dertig jaar geleden is dat de leerplicht van 16 jaar naar 18 jaar werd gebracht. Sinds meer recentelijk nog worden kinderen na het plegen van criminele feiten vlotter uit handen gegeven, mogen jongeren vroeger met de auto leren rijden en worden kinderen gehoord als het over het hoederecht gaat bij scheidingen. Artsen in de politiek kijken dus niet naar de kalenderleeftijd maar naar de wasdom van de patiënt. Is de patiënt oordeelsbekwaam? Dat is het enige juiste criterium als het gaat over het levenseindedebat dat vanzelfsprekend veel, veel ruimer is dan enkel euthanasie. Laat ons dat vooral niet vergeten. Het levenseindedebat betreft namelijk ook de palliatieve verzorging en de financiering ervan. In het levenseindedebat staat de patiënt centraal en beschikt hij zelf. Dit is ten slotte ook wat het euthanasiedebat compleet onderscheidt van het abortusdebat.


Om het dan toch maar in juridische termen uit te drukken: in het aansprakelijkheidsrecht noemt men dat wat archaïsch de jaren des onderscheids. We zien duidelijk een evolutie waarbij kinderen meer en meer als oordeels- en wilsbekwaam worden beschouwd en dat is trouwens iets anders dan handelingsbekwaam. Wat is er dan mis met het criterium oordeelsbekwaamheid in plaats van de abstracte kalenderleeftijd van 18 jaar, dat ergens zelfs juridisch gedekt is door het begrip?


De benadering die ik dus gehanteerd heb, in eer en geweten, bij de evaluatie van deze wet, is er één vanuit het perspectief van de patiënt én het ganse levenseinde. Dit is niet progressief noch conservatief. Dit is niet het standpunt van een gelovige of vrijzinnige. Dit is het standpunt van een mens gevormd door zijn leven, als arts, als gelovige, als politicus, als vader… Het is ook namelijk je eigen levenservaring die als het ware je tot bepaalde keuzes dwingt.


Ik heb namelijk 15 jaar geleden aan de lijve mogen ondervinden hoe volwassen kinderen kunnen zijn als het levenseinde nadert. Het was en is een vrij ingrijpende emotionele ervaring. Het waren Soedanese kinderen, maar in deze verschilden ze niet van pakweg Vlaamse kinderen. Wanneer een kind een ziekteproces door maakt versnelt de maturiteit zienderogen. Als je dit als zorgverstrekker mee maakt, vormt dit je keuzes voor later. Later is nu aangebroken.

Datum Verschijning: 12 december 2013